2017 - 16de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

 

{mp3}preek 23 juli 2017 Kunrade - door het jaar 16{/mp3}

UIT CHAOS ONTSTAAN

 

 

 

 

 

UIT HET NIETS

Uit iets heel nietigs kan iets kolossaals voortkomen. Dit wonder voltrekt zich voortdurend om ons heen; zo vaak, dat we er niet meer van onder de indruk raken. Maar soms wel! Een jonge moeder laat me met stralende ogen een echo zien. Ze wijst me waar het hoofdje en de handjes zijn van haar kindje. Ik zie ze niet, maar ik geloof haar, en ik verbaas me, samen met haar. Als ik de kleine enkele maanden later mag dopen, is mijn verwondering nog groter. De vader houdt een compleet mensje in zijn handen.
Niet alleen dit kindje, heel de schepping, het golvend landschap bij de Geul, het dal tussen Trintelen en Eijs, de schilderijen van alle expressionisten, de snaartheorie en een digitaal fotoapparaat, het is allemaal begonnen met bijna niets, met een knal, of iets wat zo genoemd wordt, vormeloze energie... Of vergissen we ons?

 

ZAADJE

Jezus loopt naar een mosterdplant. Zwarte mosterd waarschijnlijk. Het kwam veel voor in de oudheid, van Egypte tot in Rome. De zaadjes zijn zelfs gevonden bij de resten van prehistorische nederzettingen. De plant is ongeveer zestig centimeter. Een beetje harig. Bovenin groeien vanaf de zomer gele bloempjes. De bladeren zijn groot, en men zal ze zeker gegeten hebben, rauw of  gekookt als spinazie. Onder het bloempje zitten zaaddoosjes, het lijken wel kleine peulen. In elk zitten een paar ronde kogeltjes van nog geen 2 millimeter. Na het drogen worden ze gedorst en geoogst. Jezus zal er eentje hebben opengepeuterd en het kleine kogeltje aan de mensen hebben laten zien. Kijk, dit bolletje is genoeg voor een nieuwe plant. Met dit ene bolletje kun je honderden zaadjes laten groeien. De plant geeft schaduw aan de grond. Vogels komen eronder nestelen. Eind augustus en in september zijn hele velden in gezaaid met mosterd. De planten gaan dood na de eerste vorst en worden in de grond verwerkt. De bodem wordt erdoor verbeterd. Na de oogst worden de zaadjes in vloeistof verwerkt. Wij doen er water bij en azijn. Misschien mengde men ze vroeger met most, met druiven van vóór de gisting. Dat zou de naam ‘mosterd’ kunnen verklaren. Het is gezond spul. Het stimuleert de vet verbranding. Daarom smeren we het graag op kaas of op een bitterbal. Mosterd stimuleert ook de doorbloeding. Het had een genezende kracht. Dat moet - dunkt me - de belangstelling van Jezus hebben gewekt. Het werd gebruikt om ontstekingen te remmen, jicht bijvoorbeeld of ischias. Pythagoras gebruikte het tegen beten van een schorpioen en Hipocrates verlichtte er reuma mee. Mosterd werd in elke plaats gefabriceerd. Het was een makkelijk te maken en goedkope vervanger van peper!
En al die kracht zit in potentie in deze speldenknop. Jesus laat hem zien. De mensen strekken hun hals, maar ze zien natuurlijk niets. Te klein, en toch zijn die grote planten daar achter zó nietig begonnen! Dat moet tot nadenken stemmen.

 

GODS RIJK
Waarom roept Jezus dit beeld van een zaadje zo sterk bij ons op? Jezus wil eigenlijk iets zeggen over het koninkrijk van God. Een land van God, een wereld die goedheid ademt, die niet door haat of oorlog wordt gevormd maar door barmhartigheid en vergeving, het rijk van God dus, de schepping waar de ziel van droomt, die werkelijkheid die te mooi is om waar te zijn, dat was het waar het in die tijd om ging. Zou dat er nu eindelijk eens van komen? En als het komt, hóe komt het dan? Zou het met geweld uit de hemel neerdalen, op een ochtend bij het opkomen van de zon? Of moet het door de mensen worden opgebouwd, huis voor huis, stoel voor stoel, brood voor brood? En wie zou er dan in mogen wonen. Alleen de brave mensen? Alleen het volk Israël? De Samaritanen ook? En de gehandicapten dan, de melaatsen? En dan roept Jezus tegen al die mensen die ongeduldig worden, die met geweld God afroepen over de wereld; en ook tegen degenen die het niet meer geloven, die de moed hebben opgegeven, die zich neerleggen bij de overwinning van het kwaad, tegen hen allen, tegen ons, roept Jezus: ‘Kijk dan!’ Maar ze zien niets. Hij heeft op het puntje van de vinger een zwart bolletje van anderhalve millimeter. ‘Kijk dan, die wordt binnen een paar weken een plant die je genezen kan, die het huis van de vogels wordt. Zo gaat dat. Zo doet God dat. Je ziet niet eens dat het gebeurt. Maar het gebeurt werkelijk!

 

TUINIEREN
Lieve kinderen. Lieke deed niets liever dan opa helpen in de tuin. Opa droeg een lange schoffel over zijn schouder en Lieke had een emmertje met een schepje in de hand. Achter het gazon, voorbij de pruimenboom had opa een tuintje. Daar groeide sla en er stonden bonen. Er kwam ook rooie kool uit de grond en soms zelfs worteltjes. Het rook er naar zand. Het was fijn om de plantjes water te geven, om ze te zien groeien, om het onkruid uit te trekken. ‘Ben je nog niet moe?’, vroeg Lieke iedere vijf minuten aan opa. Want als opa moe was dan kwam het leukste. Dan gingen ze op een bankje zitten. Opa haalde een pakje uit zijn zak en wikkelde de aluminiumfolie ervan af. Hij scheurde een grote boterham met kaas in twee stukken en samen aten ze zonder iets te zeggen en tevreden kijkend naar de tuin. Het allerfijnste was om na het werk met een mandje vol tomaten thuis te komen en het blije gezicht van oma te zien. Oma klapte in de handen als ze Lieke zag komen en pakte de boontjes en de prei voorzichtig aan. ‘Enne’, vroeg oma elke keer. ‘Heb je ook marsjes geplukt?’ Dan zuchtte Lieke diep. ‘Nee, jammer genoeg, die waren nog niet rijp’, zei Lieke dan met een bedroefd gezicht. Op dat moment toverde oma de beloning te voorschijn. Niet alles groeide bij opa in de tuin!