2017 - 14de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

 

 

{mp3}preek 8 juli 2017 Kunrade - door het jaar 14{/mp3}

EEN EZEL BIJVOORBEELD

 

 

 

 

KOPPIG

Ik herinner mij een college psychologie dat gegeven werd door Sjef Huijts uit Voerendaal. Hij begon feller dan gewoonlijk, wierp een pakje sigaretten op de lessenaar en zei boos: ‘Ik kan geen nee accepteren!’ Daarop keek hij de zaal rond en vroeg: ‘Wie denkt dat hij nu tegenover een sterke persoonlijkheid staat?’ We waren in verwarring. ‘Een sterke persoon’ zou wel het foute antwoord zijn. En inderdaad. ‘Luister naar wat de man letterlijk zegt’, legde Huijts uit. ‘Hij zegt “ik kan niet...” Hij kan iets niet! Dat is zijn zwakheid. Hij kan geen “nee” accepteren. Dat is niet sterk, dat is pure zwakheid.’ Wat juist zo een krachtige indruk maakt, is slechts de camouflage van onzekerheid. Dit lesfragment is me altijd bijgebleven en sindsdien zie ik achter ferme woorden en brute taal altijd een angstig hartje. Achter een militante façade en een torenhoog ego zoekt een bange ziel wat veiligheid. Trots, eigendunk en zelfverzekerdheid staan vaak op wankele voeten.

 

BETROUWBAAR

De eerste lezing was uit Zacharia. We schrijven 520 voor Christus. De eerste groep joden is in Jeruzalem teruggekeerd na zestig jaar in Babel gevangen gezeten te hebben. Jeruzalem was met zijn gesloopte stadsmuren lange tijd bedreigd geweest door plunderende bendes. De teruggekeerde ballingen werden met weinig enthousiasme onthaald. Niemand stond nog op hen te wachten. Hun eigendommen waren al lang door anderen in beslag genomen. Ze ervoeren, wat veel later ook de weinige joodse overlevenden, die na de oorlog terugkeerden in Nederland, ervaren hebben: ze waren niet welkom meer. Zo ontstaat wrijving tussen de thuisgekomen ballingen en de oude bewoners, ruzie over de herbouw van de tempel, de inrichting van de eredienst en meer. De profeet houdt de moed er in. Hij kondigt betere tijden aan. ‘Juich Jeruzalem. Welvaart en vrede zijn in aantocht. Uw koning komt op een ezel.’ Hij zit niet uit armoede op een ezel. De ezel was een gewaardeerd rijdier. Salomo reed er zelfs op. Paarden verschijnen na Babel op het toneel en worden genoemd in de context van oorlogsvoering. Er komt een koning aan, die het niet gaat om macht, maar om de vrede van zijn volk. Niet zo een als Nebukadnezar uit Babel, maar een zoals Cyrus van Perzië.
Het evangelie ademt dezelfde sfeer van vrede en dienstbaarheid. Het richt zich tot mensen die gebukt gaan onder de willekeur van de machthebbers, van al die berekenende lieden die de wijsheid in pacht denken te hebben. God dank; het zijn juist de eenvoudig lieden die een vermoeden van de waarheid bezitten. Aldus Jezus. ‘Kom bij mij in de leer. Ik ben nederig en zachtmoedig.’

 

NEDERIG

Mooi gezegd, maar toch even: willen we dat wel? Willen we nederig zijn?
Elk jaar ontvang ik de vormelingen bij me thuis. We praten samen over wat ons katholieke geloof eigenlijk inhoudt. Ik vraag hun wel eens: Wat zou je willen dat er later, aan het eind van je leven op je doodsprentje staat? Hebt ù zich dat wel eens afgevraagd? Het is niet zo belangrijk dat daar op staat: zijn laatste auto was een BMW! Of zij bezat een huisje in Ierland. Ook niet dat er staat: hij was onderscheiden in de Elisabethorde. Of: behalve in de forensische antropologie was zij afgestudeerd in de kernfysica. Dan misschien eerder: je kon hartelijk met hem lachen. Ze maakte iedereen die ze zag, blij. Haar zachtmoedigheid zorgde ervoor dat je je bij haar op je gemak voelde.
Ga eens na welke mensen indruk in uw leven hebben gemaakt. Zijn dat niet de eenvoudige, dienstbare, zachtmoedige mensen. Degenen die jou het leven gunden en daar met ongeveinsde belangstelling naar informeerden.
Want dat is het geheim van zachtmoedigheid en nederigheid: ze kenmerken mensen die lekker in hun ziel zitten. Mensen die weten dat ze bemind zijn. Ze zijn er niet onzeker over of ze er mogen zijn. Ze zijn niet bezig om zich te bewijzen. Ze hebben ruimte voor anderen, ze staan open voor het mysterie van God. Ze gooien geen pakje sigaretten op tafel terwijl ze bulderen: ‘ik kan geen nee accepteren!’ Goddank, verzucht Jezus, dat U zich aan eenvoudigen hebt geopenbaard; dat nederigen en zachtmoedigen de weg vinden naar U!

 

ASIEL
Lieve kinderen. Tamara straalde van geluk. Ze had er anderhalf jaar om moeten zeuren. Nu was het eindelijk zover. Ze kreeg een hondje! Ze zag zich al over straat lopen met de riem in de hand. De jongens die haar altijd plaagden zouden zich wel koest houden. Mamma had zich lang verzet. ‘Áls je maar niet denkt dat ik na een week de hond een paar keer per dag uitlaat! Als je maar altijd een plastic zakje meeneemt, want de poep moet je zelf opruimen!’ Tamara had het allemaal plechtig beloofd en vanmiddag zouden ze dan naar het asiel gaan! Bij de hokken hoorde en rook ze van alles. Vooraan stond een hond haar stil te beloeren. Hij kwam bijna tot haar schouders en was pikzwart. Er kwam spuug uit de bek. Daarnaast was een witte keffer opgewonden aan het blaffen met gestrekte oren. Honden in alle maten en kleuren. Ze bekeek ze een voor een. ‘En?’, vroeg pappa, ‘heb je een keus kunnen maken?’ Tamara trok hem mee. Langs de grote zwarte, langs de boze keffer, langs de langharige met de grote tanden. ‘Die daar.’ Ze wees naar een klein wit hondje dat een angstig in een hoek zat en haar met grote ogen aankeek. ‘Die vind ik lief!’ Een maand later was die liefde helemaal wederzijds. Nog twee maanden later was het mamma die trouw, twee keer per dag, langs de straat liep om Boef uit te laten.