2017 - 13de zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

 

{mp3}preek 2 juli 2017 Kunrade - door het jaar 13{/mp3}

 

 

 

 

 

 

ALS HET MAAR LEKKER EN GEZELLIG IS!

 

 

 

DEUGD

Mag ik eens vragen? Staat u bekend als een gastvrij mens? Wilt u zo bekend staan? Wat zegt dat over u?
In de oudheid was gastvrijheid niet een gunst, maar een plicht. Je moest reizigers en vreemdelingen royaal onthalen. Dat was niet alleen in Israël zo. Gastvrijheid was ook in Egypte en Griekenland het opperste gebod. Als een vreemdeling bij je aanklopte en een beroep op je deed, moest je hem onthalen met alle egards. Hij kon zijn voeten wassen, kreeg een maaltijd voorgezet en mocht een of twee nachten blijven slapen. Sommige mensen hielden er zelfs - als ze het konden betalen - een aparte gastenkamer op na. Dit instituut heeft zich in kloosters nog tot in onze tijd gehandhaafd. De deugd van gastvrijheid stond hoog in het vaandel geschreven. Paulus zegt in een van zijn brieven dat door de gastvrijheid sommige mensen engelen in huis hebben gehaald. Jezus zegt: ‘jullie hebben mij te drinken en te eten gegeven en onderdak.’

 

PLICHT
Ten noorden van het Carmelgebergte, in het dal van Megiddo, dat zich naar de Jordaan uitstrekt, ligt ergens Sunem; ‘dubbele rustplaats’ betekent de naam. Veel reizigers kwamen er langs en maakten er een pauze. Daar woonde een rijke vrouw, maar al haar geld maakte haar niet gelukkig. Ze heeft eindeloos verdriet omdat ze kinderloos is. Haar man is al oud en ze dreigt haar oude dag onverzorgd tegemoet te gaan. Was het haar moederlijk instinct dat ze des te gastvrijer de jonge profeet Elisa binnen haalde? Ze behandelt hem als haar zoon. Ze bouwt zelfs een gastenkamer voor hem en meubileert die. Haar man heeft kennelijk geen bezwaar. De vrouw doet wat de gastvrijheid haar voorschrijft. Waarschijnlijk ook, wat haar hart haar ingaf. De profeet vervult als dank haar diepste wens. ‘Volgend jaar baar je een zoon!’, belooft hij haar. De achterdochtige lezer blijft zitten met zijn fantasie of de geboden gastvrijheid misschien naast de gedekte tafel ook het gespreide bed had ingehouden! Waar het op aankomt is, dat gastvrijheid wordt beloond. Sara en Abraham hadden het eerder meegemaakt.
De beloning voedt het vermoeden dat gastvrijheid in die tijd weliswaar hoog in aanzien stond, maar dat het toch nodig was om haar te propageren; om haar in de verhalen extra te stimuleren. Niet iedereen bracht het kennelijk op. ‘Ik had honger en jullie hebben me niets gegeven. Ik was vreemdeling en jullie hebben me aan de deur laten staan!’, horen we Jezus zeggen in de parabel over het laatste oordeel.

 

GEZELLIG

Het gaat bij gastvrijheid dus niet over een hartelijk ontvangst van vrienden en familie. Het gaat niet over een open houding jegens vrienden van vrienden of de aanhang van de kinderen. Het gaat ook niet over gastvrijheid waaraan geld verdiend wordt. Over kindvriendelijke hotels. Over pensions waar invaliden welkom zijn, en mensen met hulphonden. Het gaat niet over herbergen waar mensen uit elk land binnen kunnen, of over autoriteiten die visums verstrekken, ongeacht ras of nationaliteit. Waar het wel om gaat is  een belangenloos welkom voor vreemdelingen. Over het recht op hulp van mensen die op die op hulp aangewezen zijn. Jouw enig eigenbelang is, dat jij of je kind misschien ook ooit ergens moeten aankloppen en op de genade van anderen is aangewezen.

 

KEIHARD

De Europese gastvrijheid is de afgelopen jaren zwaar op de proef gesteld. Daar raken we de kern van het probleem, dunkt me. Het ideaal van gastvrijheid was er nog wel. Veel ouderen hebben de ellende van de tweede wereldoorlog nog in het achterhoofd, maar ineens stormen er zoveel vreemdelingen de grens over dat mensen bang worden. Ze zien de beelden op de t.v. en verliezen elk gevoel voor verhoudingen. Ze lopen al jaren rond met schuldgevoelens over de honger in de wereld, en beleggingen in de wapenhandel, de smerige deals om de olie. Er is een latent schuldgevoel dat zich vertaalt in de angst dat ineens heel Azië of Afrika ons, als een horde sprinkhanen, onder de voet komt lopen. Misschien spelen er nog sentimenten mee uit onze koloniale tijd. Is onze welvaart niet voor een deel weg geroofd uit de landen die nu creperen. Piet Hein zingt een toontje lager!
Ineens wordt de meerwaarde van ons christelijk geloof duidelijk. Natuurlijk is gastvrijheid riskant en bedreigend. Natuurlijk schrikt het rijke deel van de mensheid terug. Maar juist dan heeft het geweten, heeft God, een stem nodig die dat ideaal van de daken schreeuwt: gastvrijheid is geen plezierige eigenschap van gezellige mensen, maar het is een plicht, want die vreemdeling is er net zo een als jezelf!

 

OPEN OF DICHT
Lieve kinderen. Mamma keek Maartje strak in de ogen. ‘Heb je het goed gehoord? Ik ben even naar de apotheek. Als er iemand belt mag je de deur niet openmaken. En zeg ook niet dat mamma niet thuis is! Begrepen?’ Daar zat Maartje dan. Helemaal alleen. Ineens hoorde ze voetstappen. Dat kon mamma nog niet zijn! Ze kwamen dichterbij. Trrrring! Maartje schrok van de bel. Ze maakte zich klein. Even later opnieuw: Trrrring! Het klepje van de brievenbus ging open. ‘Is daar iemand?’ Maartje hoorde de stem van oma. Ze rende naar de deur, maar durfde niks te zeggen. ‘Ben jij het Maartje? Kun je de deur openmaken.’ Maartje sloeg haar hand voor de mond. Ze had bijna iets geroepen. ‘Ben je ziek?’, riep oma. Toen hield Maartje het niet meer. Snikkend maakte ze de deur open. Ze sprong in oma’s armen. ‘Ik mocht niet openmaken’, snikte ze. Trrrring! Daar ging de bel alweer. Even later ging de klep van de brievenbus open. ‘Ik ben het Maartje! Maak je open? Ik ben de sleutel vergeten.’ Oma gaf Maartje een vette knipoog en zei op samenzweerderige toon: ‘zullen we eens...’