2017 - Sacramentsdag © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

 

 

{mp3}preek 17 juni 2017 Laurentius - sacramentsdag{/mp3}

 

EEN WONDER

 

 

 

 

De sacramentsprocessie heeft als thema: ‘Barmhartigheid’.

Ik vertel u daarom een verhaal dat rabbi Larry Kushner in een kinderboek publiceerde (in ‘the Book of miracles’).


Jacob was bakker. Hij verdiende goed. Elke ochtend was hij aan het werk nog voordat de zon was opgekomen. Geen wonder dat hij op sabbat in de synagoge zat te knikkebollen. De houten bank was hard en de preek van de rabbi lang. Op zekere dag las deze voor uit het boek Leviticus, hoe God het volk opriep om twaalf broden naar het heiligdom te brengen. Jacob schrok wakker, ging rechtop zitten en beeldde zich werkelijk in dat God tot hem gesproken had. Wilde God twaalf broden? Dat leek hem wel wat weinig, maar met God ga je natuurlijk niet in discussie. Hij ging naar huis en kwam enkele uren later terug met een rood hoofd en twaalf broden. Die legde hij eerbiedig neer bij de heilige ark.  [foto Brood]
Even later verscheen David in het gebedshuis. Hij boog diep en smeekte: ‘O Heer, doe alstublieft een wonder voor mijn vrouw en vooral mijn kinderen. We hebben niets meer om te eten. Als u niet helpt gaan we dood!’ Ineens snoof hij de geur op van vers gebakken broden. Hij ging op de geur af en ontdekte bij de heilige ark twaalf broden. Een wonder! Blij ging hij met de broden naar huis.
Intussen was Jacob nieuwsgierig geworden of God iets met zijn broden gedaan had. Hij liep naar de synagoge en ontdekte dat ze verdwenen waren. ‘Een wonder!’, riep hij verrukt. ‘God heeft werkelijk mijn broden gegeten!’ Dus bakte hij opnieuw twaalf broden en hij deed er zelfs rozijnen in. Inmiddels waren de broden bij David ook allemaal op. Het gezin leed weer honger. David ging opnieuw bidden in het heiligdom en kwam verheugd thuis met de broden.
Het ritueel herhaalde zich week na week. Jacob en David begonnen het al gewoon te vinden. Tot op zekere dag de rabbi zich wat langer in de synagoge had opgehouden. Hij zag hoe Jacob zijn broden bij de ark deponeerde en hoe even later David ze kwam ophalen. Hij riep beide mannen toen bij zich en vertelde wat hij had gezien.
Jacob reageerde diep teleurgesteld. ‘Ik had het moeten weten. God eet helemaal geen brood. Het wàs geen wonder.’ David was ook zwaar teleurgesteld. ‘Het is geen wonder. God had hem niks gegeven. Het brood kwam uit de bakkerij!’
Toen pakte de rabbi de hand van Jakob vast en de hand van David. ‘Inderdaad’, zei hij, ‘de Eeuwige bakt geen brood en hij eet geen brood. Maar dit is de hand waarmee God brood bakt en waarmee hij David voedsel gaf; en dit is de hand waarmee God het geschenk van Jakob aannam. Dat is het wonder. Dit zijn de handen van God!’