2017 - 2de zondag van Pasen © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

{mp3}preek 23 april 2017 Kunrade - Beloken Pasen{/mp3}

 

 

 

 

 

LEER EN LEVEN

 

 

 

 

TWIJFELS

Het verhaal van Thomas heeft heel was mensen getroost. Dat iemand, die zo dicht bij Jezus stond, mocht twijfelen, dat  was een hele opluchting. De paasverhalen klonken ook wel wat ongeloofwaardig. Als een kind van zes je met felle ogen aankijkt en zegt: ‘Pasen, dat is toch dat Jezus uit de grot ontsnapte?!’ Wat denk je dan? Of als je van een vijftienjarige te horen krijgt: ‘dat geloof je toch zelf niet!’ Of van een negentigjarige: ‘ik weet niet wat ik ervan denken moet!’ Dan is het fijn om Thomas te horen zeggen: ‘eerst zien en dan geloven!’ De verteller van het paasverhaal had een totaal ander beeld had van de kosmos dan wij. Voor ons is de schepping dode materie die zich ontvouwt volgens vaststaande wetten. Voor de evangelist bracht God elk moment opnieuw de wereld tot stand. De verrijzenis was voor God geen groter kunstje, dan elke zonsopgang.
Toch moeten we in Thomas niet alleen maar een twijfelende leerling herkennen. Achter zijn verhaal ligt veel meer verborgen! Het laat een botsing zien tussen twee stromingen in de jonge christenheid.

 

BOTSING CULTUREN

Jezus is gekruisigd. Zijn ideeën leven in de harten van de leerlingen. Zij dragen die verder in een bonte wereld van culturen. Allerlei theorieën bestonden er over het ontstaan van de wereld en over de vraag waarom God al het kwaad toeliet. Plato en Arestoteles hadden hun stempel gedrukt op het denken. Talloze mysteriegodsdiensten evenzeer. De Perzische mythen en de concepten uit Egypte leefden her en der. In al die culturen valt Jezus’woord. Zijn visie wordt verpakt in uiteenlopende denksystemen en wijsgerige talen. De man uit Nazareth had zelf alleen maar verhalen verteld. Zonder filosofisch concept. Hij had alleen de nabijheid van Gods koninkrijk aangekondigd en hij had laten zien dat je daar niet op moest zitten wachten, maar dat je ermee moest beginnen. Maar nu barstten de discussies los. Was hij Gods zoon? Kan God bestaan in de onvolmaaktheid van de stof? Was het werk van de Verlosser niet eerder een gebeurtenis in het rijk van de Geest? Was Jezus niet een schaduw van de Zoon, en de verrijzenis niet een staat van verlichting voor wie Hem aannamen?

 

MET HET VERSTAND

Na de tweede wereldoorlog is ergens langs de Nijl in een oud klooster een handschrift gevonden van het evangelie van Thomas. Het is een verzameling uitspraken van Jezus. Ze lijken opgetekend te zijn door joodse christenen van gnostische signatuur. Zij dachten dat de verlossing zich niet in de onvolmaaktheid van de geschiedenis had voltrokken maar in het domein van de Geest. Door de kennis van deze geheimen kon een mens er deel aan krijgen.  Misschien beriep deze groep zich op de apostel Thomas, evenals op Maria van Magdala. Na de vierde eeuw verliest ze door toedoen van Augustinus aan invloed. Het is interessant om het evangelie van Johannes over de ongelovige Thomas te lezen tegen deze achtergrond. Thomas krijgt hier de de rol van een tegenstander van de gnostiek. Aldus bestrijdt Johannes de gnostische christenen met hun eigen voorman. Als Thomas hoort over een verschijning van Jezus, dan wil hij vaststellen dat het niet een of ander vaag verhaal is, niet een zweverig concept van een Jezus die zich ergens onzichtbaar in het rijk van de Geest ophoudt. ‘Ik wil zijn wonden zien en voelen! Hij moet wel echt zijn!’ Even tevoren had Johannes nog geschreven over de ontmoeting met Maria van Magdala in de tuin bij het graf. Zij had te horen gekregen: ‘Raak me niet aan!’ Was de tekst van Johannes ook door gnostische denkbeelden besmet?
Grote meningsverschillen over het geloof hebben er in de hele kerkgeschiedenis bestaan. Ze zijn er geweest vanaf het prille begin. Ze zijn niet te vermijden. De mensen spreken overal een andere taal, met andere begrippen, andere wendingen en betekenishorizonten. Taal verandert, woorden verschuiven van betekenis. Ook wie angstvallig de letters vasthoudt, verliest hun betekenis op den duur. De hoop en de liefde van Jezus worden steeds in een ander wereldbeeld verstaan, en soms wordt dit wereldbeeld, de verpakking dus, als de geloofsinhoud opgevat.

 

MET HET HART

Is dat erg ingewikkeld? Ik denk het niet. De eerste lezing uit de handelingen gaf een helder antwoord. Laat de theologen en de filosofen rustig hun interessante werk doen! De gelovige is bezig om in de praktijk de liefde van Jezus waar te maken. De eerste leerlingen kwamen bijeen en verdeelden wat ze over hadden onder de armen. Ze gingen hun zieken opzoeken en toonden de nabijheid van Gods koninkrijk aan. Niet over Jezus fantaseren, niet hem willen aanraken en voelen, maar hem in je eigen bestaan tot leven brengen. Dat is de kunst van het geloven!

 

TWIJFELAAR

Lieve kinderen. Ik weet nog goed dat ik eens vroeg: wie weet wat een twijfelaar is? Else verraste me. Ze zei: ‘een bed!’ Inderdaad. Er zijn bedden die een twijfelaar worden genoemd. Die zijn net te breed voor een eenpersoonsbed en net te smal voor een tweepersoonsbed. De andere kinderen begonnen te lachen en meteen te filosoferen. ‘Ik kruip er altijd bij pappa en mamma in! Dan zijn we met zijn drieën!’, zei José. ‘Het Fiatje van mamma is ook een twijfelaar als we met oma op de achterbank zitten’, filosofeerde Joep. Ik wuifde de andere opmerkingen weg en ging verder: ‘een van Jezus leerlingen was een twijfelaar. Thomas. Wie weet waarom Thomas een twijfelaar was?’ Traag ging de arm van Ties omhoog. ‘Hij wist niet hoe die verder moest gaan...!’ Goed zo Ties! Maar nu was ik het die twijfelde. Had Ties het nou over de apostel of over de locomotief?