2017 - Pasen © Harrie Brouwers, Voerendaal

 

 

 

{mp3}preek 16 april 2017 Kunrade - Pasen{/mp3}

 

 

EEN ERVARING BIJ HET GRAF

 

 

 

 

ROLTRAP

Het Corio Center in Heerlen was versierd als een kathedraal met Pasen. Overal straalde je het geel van narcissen tegemoet en overal hingen eieren. De sfeer ademde misplaatste hoop en vrolijkheid. Onderaan de roltrap stond een jongetje van amper een jaar. Zijn oma had hem even geparkeerd bij ‘Kiddyland’, maar het knulletje was geobsedeerd door de roltrap. Hij keek gefascineerd naar de eindeloos opstijgende treden. Wat ging er in hem om? Deze kleine mens had nog weinig woorden om de wereld te benoemen. Het winkelcentrum op zijn paasbest was voor hem een chaos van kleuren en indrukken waarvan hijzelf een onlosmakelijk onderdeel was. Hij kende nog geen begrippen om de geheime samenhangen in de schepping te benoemen, om ze vervolgens te reduceren tot vanzelfsprekendheden. De wereld was nog niet van haar wonderbaarlijke aard ontdaan. Ineens viel de blik van het mannetje op de zwarte rubberen rand die als armleuning voor de roltrap diende. Hij ging er pal voor staan, stak zijn tong uit, en liet die eindeloos strelen door de roltrap. Hij werd er één mee! Dit mensenkind stond aan het begin van zijn leven. Hij opende zich ervoor en wachtte op de sensationele mirakels die op hem afkwamen. Voor hem lagen er geen woorden in de weg; het paasverhaal zou hij wel verstaan.

 

FILM

Vroeg in de ochtend bezoekt een vrouw het graf van haar vriend. Ze heeft geen oog dicht gedaan, die nacht. Ze kan het nog steeds niet geloven. Ze wil zich ervan overtuigen dat het echt gebeurd is. Of misschien wil ze ontdekken dat het een boze droom was. Het graf ligt open. Ze schrikt. Ze durft niet te kijken. Ze neemt aan dat men zijn lichaam heeft weggehaald. Maar wie zouden dat gedaan hebben? Zijn vrienden? Zijn vijanden? En waarom...? Het verhaal klinkt alsof ze het niet echt meemaakt, zoals de tijd nu eenmaal verstrijkt als er iemand overleden is. ‘Ik leefde in een film’, vertelt een vrouw. Haar schouders schokken en ze verbergt haar gezicht. ‘De maaier van de buurman, de heggenschaar, de gillende kinderen op straat, het klonk alsof het uit een andere wereld kwam. Ik liet het allemaal maar gaan. Het was of ik er geen deel van uitmaakte. Maria ziet de leerlingen opgewonden heen en weer rennen, alsof ze een wedstrijd houden wie het eerst bij het graf is. Ze willen van alles doen en regelen. Maria niet.

 

OVERGAVE

Maria van Magdala kwam aan het graf de grens van de werkelijkheid tegen, de afgrond die haar vriend had opgeslokt. Het ontbrak haar aan taal en teken om te beschrijven wat er dan nog over is. Het is te veel en het ligt vóór alle woorden en begrippen. Je kunt de rand zien, maar wie eroverheen wil kijken is aan zijn fantasie overgeleverd. Ze is aan het eind van haar Latijn, aan het eind van haar Nederlands ook, zelfs aan het eind van haar lieve Limburgs. Alleen overgave kan haar verder brengen. Een streling over de weggerolde steen, een dwalende blik over de cipressen en olijfbomen die zacht bewegen in de adem van de wind. Haar overgave heeft vooralsnog de vorm van berusting. Ze is geen acteur meer op het wereldtoneel; alles gaat aan haar voorbij. Het lijkt of ze in een film zit. Wie geraakt is door de absoluutheid van het zijn, heeft de realiteit als een illusie ontdekt. Ze hoort de leerlingen schreeuwen. Ze vinden hem nergens. Er heerst verwarring. Het gaat aan haar voorbij. Er komt rust in haar hart. Een kort moment van eeuwigheid voelt ze dat Jezus veilig thuis is bij zijn Vader.

 

KUS

‘Het was net alsof ik er niet bij was’, herinnerde een vrouw zich. We waren zulke trouwe maatjes geworden... Vroeger hadden we wel eens verwijten naar elkaar geroepen. Waar komt dat niet voor? Maar de laatste jaren waren we gelukkig. En ineens lag hij dood in bed. Ik wist het direct. De dokter gebeld en mijn dochter. Ik was verdoofd. Het leven ging aan me voorbij. Ik was ergens tussen de tijd en de eeuwigheid, tussen alles en niets. Hij was terug in het naamloze alles. Ik was nergens meer. Mij dochter zegt: “Wat moet je zo vaak naar het graf! Kijk naar de toekomst. Pap komt niet meer terug!” Ze begrijpt het niet. Ik wordt niet door het verleden aangetrokken maar door de eeuwigheid. Met haar rechterhand wuifde ze voor haar hoofd al deze gedachtes weg, en lachte. ‘Ik ben zo’n dwaas!’ Spontaan pakte ze de foto die schuin achter haar op een dressoir stond en kuste hem. Ik dacht aan het jongetje bij de roltrap. Alleen overgave kan je verzoenen met de realiteit. Overgave aan een God die zo machtig is dat alles, - en dat is veel meer dan we zien en begrijpen -, dat alles door Hem geschapen is. De wereld tegemoet treden als een kind van één jaar, dat nog geen woorden heeft en spontaan de roltrap schoonlikt met zijn tongetje...

 

HAAS

Lieve kinderen. Melanie was niet zo dol op eieren - wel op de mayonaise overigens -, maar ze was gek op het ‘tietsjen’. En iedereen ‘tietsjte’ ook het liefste met Melanie, want als ze won, dan mocht jij toch haar ei opeten! ‘Mamma’, vroeg Melanie, ‘bestaat de paashaas echt?’ ‘Tuurlijk! Wie zou die eieren anders verstoppen in de tuin?’ Melanie moest lachen en zei: ‘Jij...?! De eitjes lagen gister in de koelkast.’ ‘Je bent een grote meid’, zei mamma. ‘Jou maak je niks meer wijs.’ ‘Ja maar, Jezus dan? Bestaat die wel echt?’ Nu moest mamma lachen. ‘Die heeft de eieren niet verstopt, hoor! Maar serieus, Jezus heeft echt bestaan. Lang geleden. Hij wilde de wereld mooier maken en de mensen gelukkiger.’ Melanie dacht even na en zei toen: ‘Dat wil de paashaas ook.’ ‘Dat is waar’, zei mamma. Toen kreeg Melanie een idee: ‘Weet je ‘ns wat? Wij gaan de wereld ook een beetje mooier maken. Dan was jij Jezus en ik de paashaas.’