2017 - 2de zondag van de 40-dagentijd

 

 

 

{mp3}preek 4 maart 2017 Laurentius - 40dagentijd 1{/mp3}

 

 

 

NAAST WIE WIL JE ZITTEN?

 

 

 

AAN TAFEL

Je bent uitgenodigd aan een sjiek diner, aan zo’n tafel waar je niet vraagt om de appelmoes, want die komt immers vanzelf voorbij! Je neemt plaats bij het bord met je naamkaartje. De gastvrouw heeft erover nagedacht wie bij wie moet zitten. Ik vind dat soms wel fijn dat je zelf geen keuze te hoeft te maken, hoewel het belangrijk is wie er al die tijd naast je zit. Maar volwassenen hebben niet de openheid van kinderen; zo van: ‘Ik wil naast jou!’ En daar dan ruzie over maken.
Net zo’n vraag is: naast wie wil je staan als er een groepsfoto wordt genaakt? Nadat regeringsleiders elkaar ontmoet hebben, staan ze samen op het bordes. Het lijkt heel ongedwongen, maar ik denk dat over de posities zwaar is nagedacht. Politieke commentatoren zullen zeker conclusies trekken uit de opstelling. Ik denk niet dat Merkel zomaar naast de man is gaan staan die ze het leukste vond.

 

OP DE FOTO

Als Mattheus de ziel, het wezen, van Jezus schetst, dan zet hij hem in het gezelschap van Mozes en Elia. Dus niet tussen Maria en David. Niet naast Abraham en Adam. Dat is natuurlijk niet toevallig. Zojuist heeft Jezus verteld dat hij een lijdensweg op zich af ziet komen. Een dramatisch moment. Zijn vrienden willen van die sombere toekomst niets horen. Dan volgt, op die voorspelling van marteling en moord, een droombeeld over een betere werkelijkheid, over een mogelijkheid die kennelijk ook ergens bestaat en die troost biedt. Elia en Mozes komen in beeld. De hele Joodse traditie, Wet en Profeten, omringt hem. Dat is wat het geloof van Mattheus ziet, en wat hij ons wil laten zien. Jezus zelf had misschien liever naast iemand anders gestaan. Naast Maria van Magdala en Petrus wellicht. Mattheus vind hem beter getypeerd met de leraar Mozes en de weldoener Elia aan zijn zijde.

 

KIES MAAR!

Denkt u zich nu eens in, dat u zelf wat hebt zitten somberen over het einde van uw leven. U ziet of vreest dat er een lijdensweg op u afkomt. U zoekt troost, een beetje steun. Bij wie zou u dan aan tafel willen zitten? Met wie zou u op de foto willen? In welk gezelschap zet u uzelf dan neer? Zoudt u het liefste geportretteerd willen worden met een beroemde musicus? Mozart of Bach? Of een schilder? Vincent van Gogh of Frans Hals? Dacht u aan een leiderstype? Aan Drees misschien of Churchill? Of Máxima? Op liever een wetenschapper? Wat te denken van de astronaut Neil Amstrong, die de eerste voet op de maan heeft gezet. Of Gandhi misschien of paus Johannes XXIII of Franciscus? Of bent u beter getypeerd naast een beroemde kok of bakker? Of Max Verstappen? Of bent u te bescheiden om deze belangrijke mensen te storen. Zou u wat veiliger kiezen voor uw eigen vader of moeder? Voor goede vrienden? Voor uw kleinkind misschien.

 

IN GOED GEZELSCHAP

Mattheus typeert Jezus met Mozes en Elia. Het raakt ons niet zo diep. Wij zijn niet opgegroeid in de Joodse traditie. Wat hij ermee wil zeggen is duidelijk: Jezus is geen randfiguur. Het mag zijn dat hij gedood wordt, maar hij verkeert in goed en gezaghebbend gezelschap. Als hij te onder gaat door de willekeur van tirannen, dan is hij evengoed nog de gezant van God. Niet de leiders van de wereld zullen de schepping voltooien; wel de liefde van een onschuldig slachtoffer.
En dan intrigeert me toch de vraag: met wie zou Jezus zelf het liefste op de foto gaan? Naast welke personen zou hij zichzelf erkend weten? Ik zou me goed kunnen voorstellen dat het de melaatse is die terugkwam om dankjewel te zeggen. Met hem zou hij een selfie willen maken, - dunkt me - al vóór diens genezing! En dan die vrouw misschien die bij hem gebracht werd nadat ze was betrapt op overspel. Zij staat voor vergeving en nieuwe kansen bieden. Dat lijkt me het gezelschap naar Jezus’ hart!

 

Intussen was mijn eigen fantasie genoeg getriggerd. Met wie zou ik in een visioen willen worden uitgebeeld. Hecht er niet teveel waarde aan, maar ik zou het een hele eer vinden, als de filosoof Theillard de Chardin of Ludwig Wittgenstein met me wilden poseren. Of Franciscus van Assisie.
Weet ú intussen al, naast wie u zelf graag in een beeld wilt worden vereeuwigd? Bij gelegenheid moet u me dat eens vertellen!

 

 

NAAST BERT

Lieve kinderen. ‘William, nu heb ik genoeg gewaarschuwd. Kom maar bij de lessenaar zitten!’, zei juffrouw Judith rustig maar gedecideerd. Ze wees met haar vinger op de plaats voor haar tafeltje. William kreeg een kleur. Hij zat al de hele ochtend naast zijn vriendje Bert. Ze hadden zich kostelijk geamuseerd met elkaar aanstoten, vieze woorden fluisteren en de meisjes voor zich in de nek blazen. Ze waren al tien keer gewaarschuwd, maar nu werden ze uit elkaar gehaald. Langzaam liep William naar voren. Daar kwam hij naast Daisy te zitten. Hij baalde als een stekker. Daisy was saai, vond hij. Iedereen vond haar stom. Daarom was de stoel naast haar leeg. William ging zitten en verstopte zijn gezicht in zijn handen met de duimen in de oren. Hij hoorde Bert allerlei geluiden maken om zijn aandacht te trekken. Hij kreeg er lachstuipen van. Daisy zag William met de schouders schokken, Ze dacht dat hij huilde. Ze schoof hem aarzelend een snoepje toe. Bert maakte daarop het geluid van een kusje en William proestte het uit. ‘Jij kunt je ook nergens gedragen’, zei de juf streng. ‘Dan maar op de gang!’ William liep naar buiten. Had hij vaker gedaan. Buiten bleef hij wachten. Bert zou wel zorgen dat hij er ook uit werd gestuurd. Dan kwam het toch weer goed.

 

 

 

 


Jean Kempen
NAAST WIE WIL JE ZITTEN?
afspeelbalk niet passend bij tekst. groet.