De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DRIEËNDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET A--JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008

ALS DE BAAS WEG IS

 

Hartelijk welkom, in het bijzonder de prins, de raad van elf en alle andere jubilerende Kaatboere!

Als Jezus de parabel in onze tijd nog eens zou vertellen, dan zou de afloop zeker anders zijn! De bange knecht zou zijn talent op de bank hebben gezet, en zijn Heer zou hebben gezegd: ‘Had je het niet beter in de grond kunnen stoppen?’!!


Iedereen heeft zo zijn eigen talent! Zo bestelde Janssen op een terras een cappuccino en een grote pils. Zijn vrouw sist: Ik dacht dat we wat zuiniger aan gingen doen’. Daarop roept de man de ober achterna: ‘Laat die cappuccino maar!’... Dat is niet het talent dat Jezus bedoelt!’

WERELDVREEMD GODSRIJK

Jezus droomt over een betere wereld. Hij is niet de enige. Marx deed het, Napoleon, de Kaatboere doen het, de Rabobank. Voor Jezus begint die betere wereld echter niet met een monetaire hervorming of een politiek programma. Je hoeft er geen aandelen voor te kopen of op een partij te stemmen. Jezus noemt zijn ideaal ‘het Rijk van God’. Op dat rijk moet een mens zich instellen. Het staat er aan te komen!
Toen ik de voordeur opende keken twee bezoekers me vriendelijk aan. Onmiddellijk realiseerde ik me dat het jehovagetuigen waren. Ze verzekerden me dat ze goed nieuws voor me hadden. Ze verwachtten het koninkrijk van God. In mijn jonge jaren koppelden zij het nog aan een nabij jaartal. Nu klonk het bijbelser. En toch had het uit de mond van deze twee bezoekers iets onwezenlijks. Er gebeurt al zolang niets goddelijks op aarde. Er is zoveel armoede! Zo ongeveer moesten de toehoorders in Jezus’ dagen het ook ervaren hebben: ‘Waar maakt die dromer zich druk om? Is dat Godsrijk geen wereldvreemd sprookje?

DE AFWEZIGE BAAS

‘Die schijn bedriegt’, zegt Jezus. Het is als met een knecht wiens meester op reis is. Als je aanbelt zou je denken dat er helemaal geen heer des huizes is. Hij is nergens te bekennen. Is er wel een grote baas? Zijn bestaan hebben ze slechts van horen zeggen. Maar dit is zeker: er liggen veel rijkdommen. Ze zijn omringd met wonderlijke dingen, bloeiende wijngaarden, akkerland, kuddes schapen en zelfs runderen. Er zijn muzikanten en ze dansen als er feest is. Ze genieten van de warmte van de zon, de rust in de nacht en de aanblik van rijpend graan. Al die rijkdommen die hen omringen getuigen van hun afwezige baas.
 

Iedereen heeft zo zijn eigen talent! Anne zit snikkend aan tafel. ‘Jij hebt nooit meer aandacht voor mij. Voor jou bestaat alleen maar voetbal. Ik wed dat je niet eens onze trouwdag weet!’ Daarom kijkt Sjef haar verontwaardigd aan. ‘Zeker wel! Dat was toen Roda met 6-0 van PSV won!’

WOEKEREN

Van al die rijkdommen die ons ter beschikking staan, maakt Jezus talenten, vijf, twee of een. Talent betekent ‘weegschaal’. Het gaat om een gewicht. Oorspronkelijk om het gewicht water van een kubieke voet; dat moet zo’n 27 kilo zijn geweest. In de oudheid varieert het ergens tussen de 20 en veertig kilo. In de geldwereld wordt het dit gewicht in goud of zilver. Hoeveel dat waard is, is moeilijk te schatten, maar het is zeer veel. Sommige rekenaars komen uit op 80.000 dollars, maar dan reken je met de huidige zilverprijs. Tijdens de Peloponnesische oorlog, vierhonderd jaar voor Christus kon je met een talent de 200-koppige bemanning van een oorlogsschip voor een maand huren. Jezus wil zeggen: enorme rijkdommen staan ons ter beschikking. Zelfs de minst bedeelde knecht heeft meer dan genoeg. Het fluiten van de vogels, het opgaan van de zon, de lucht om te ademen, de groet van een buurman, het lachen van een kind, de geur van honing, de blijdschap bij thuiskomst, een hand op je schouder...! Deze rijkdommen zijn niet alleen geschenken, maar ook mogelijkheden. Een stuk brood kunnen we breken, de blijdschap van een ander kunnen we verdubbelen, zijn tranen delen. De talenten zijn ons gegeven om er iets mee te doen en niet om ze angstig weg te stoppen. Wie zo leeft, leeft goed. Ooit zal de grote baas onverwacht terugkomen. Hij zal trots op je zijn, als je dan bezig bent om iets te doen met de rijkdommen die je omgeven.
Niet angst moet onze raadgever zijn maar dankbaarheid om zoveel gaven.
 

Iedereen heeft zo zijn talent! Wiel werd na een carnavalszitting aangehouden. De agent bukt zich naar het raampje. Wiel opent het en zet gauw zijn bril af, terwijl hij mompelt:‘dat scheelt alweer twee glazen!’

BESCHEIDEN!

Lieve kinderen. Iedereen heeft wel een talent. Iedereen is wel ergens goed in. Casper kan goed voetballen, Annet kan goed tekenen, Priscilla kan goed met paarden omgaan. Boris kan uitstekend internetten en de kleine Anne kan al kopjes afwassen. ‘Alleen ik niet’, riep Lars. ‘Ik kan niks, ik ben nergens goed in!’ Iedereen keek naar Lars. Maakte hij een grapje? Nee hoor. Lars was serieus. ‘Jij deugt nergens voor’, had mamma die morgen nog geroepen toen hij zijn schone broek bij de vuile was had gegooid. ‘Je bent nog te stom om voor de duvel te dansen’, had pappa gezegd toen hij met zijn rapport thuis was gekomen. ‘Jij wil zeker putjesschepper worden’, had de juffrouw gezegd terwijl ze de werkstukken teruggaf. En van de slager kreeg hij te horen: ‘jij bent zeker de snuggerste thuis’, toen hij ‘een kilo vlees’ had besteld. Ik klapte in de handen. ‘Hebben jullie Lars gehoord?’ De kinderen knikten. ‘Lars heeft zijn talent nog niet ontdekt. Weet je wat? Wij gaan Lars helpen. Wie kan zeggen waar Lars goed in is?’ Anne stak direct de vinger op. ‘Lars is zo..., hoe noem je dat..., ze bescheiden!’ Goed zo, en jij Casper. ‘Lars durft spinnen te vangen.’ ‘Lars is eerlijk.’ ‘Lars is stoer’, zei Priscilla met een rood hoofd. Lars zelf had intussen wat gezichten zitten te snijden. Maar nu keek hij ernstig. ‘Heb je het gehoord Lars? Zul je noot meer zeggen dat je geen talenten hebt?’ Daar moest hij even over nadenken.
Maar als je het mij vraagt... Ik denk dat Lars nog dikwijls zal zeggen dat hij niks kan. Want hoeveel heerlijke complimentjes leverde dat niet op! En dat is ook een kunst.