De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

DERDE ZONDAG IN DE ADVENT VAN HET B--JAAR 2008
© Ad Blijlevens., Heerlen 2008

LEVENDE EN LEVEN GEVENDE

 

Het is een bekend verschijnsel dat wij niet alles horen. Dat kan een stuk zelfbescherming zijn. Bepaalde geluiden zeven wij weg. Meestal horen wij bijvoorbeeld het tikken van de klok niet. Mensen die aan een drukke straat wonen, horen vaak na verloop van tijd het verkeer veel minder dan mensen die er pas wonen. Als de radio of de tv aanstaat, kunnen nogal wat mensen toch een telefoongesprek voeren. Ook is het bekend dat je erg goed iets hoort waarbij je nauw betrokken bent. Als je bv. met de auto naar Rotterdam moet, hoor je de verkeersinformatie duidelijk zeggen of er onderweg of bij de Van Brienenoordbrug een file staat en hoe lang die is. Kortom: in zekere zin kunnen wij zeggen: 'Je hoort wat je wilt horen, en je hoort niet wat je niet wilt horen'.
Tegen deze achtergrond kunnen wij de zin leggen van Johannes de Doper: ‘zonder dat u Hem herkent staat Hij al in uw midden.’ Wie Hem wil zien, ziet Hem. Wie Hem niet wil zien, ziet Hem niet. En een stapje verder: wie Hem op een bepaalde manier wil zien, ziet Hem ook zo; wie Hem op een andere manier wil zien, ziet Hem op die manier. Dat is niet erg! Als wij maar bereid zijn om ons niet eenzijdig vast te leggen op een beeld dat wij op een bepaald moment of een bepaalde tijd hebben.

Welk beeld hebben wij van Jezus van Nazaret? Dat is bij ieder van ons anders. Als je een keer in het verkeer opzij wordt geduwd door een auto die op zijn achterruit heeft staan: ‘Jezus redt u’, dan heeft die chauffeur een ander beeld van Jezus dan wij. Velen hebben een beeld van Jezus als van iemand die wonderen deed. Anderen zien Jezus als iemand die je alle eigenliefde verbiedt. Er zijn mensen die door het beeld dat ze van Jezus hebben, gebukt gaan onder schuldgevoelens, mensen die zichzelf slecht vinden en egoïstisch. Tot zulke mensen zegt Johannes: ‘zonder dat u Hem herkent staat Hij al in uw midden.’

Het beeld dat in de eerste lezing van vandaag, uit de profeet Jesaja is geschetst, is het beeld van iemand die een goede tijding brengt. Het gaat om iemand die aan mensen-in-nood een bevrijdende boodschap meldt. Het gaat om iemand die mensen geneest die een gebroken hart hebben. Het gaat om iemand die vrijheid schenkt aan wie opgesloten zitten. Hij heeft een kleed aan van heil, en zijn jas is gerechtigheid.
Daarom is het beeld van Jezus dat angst aanjaagt, fout. Een beeld van Jezus dat blij maakt en bevrijdt, is goed. Zijn evangelie, zijn goede boodschap is: menslievendheid brengen. Zijn evangelie is niet, een groepering te stichten van biddende mensen die elkaar of/en anderen links laten liggen, maar een gemeenschap van mensen die bidden en daadwerkelijk hartelijkheid en warmte uitstralen. Zijn evangelie is niet, een kerk bijeen te houden waarin mensen elkaar verketteren vanwege dogma's of vanwege dingen die als dogma's worden beschouwd, maar een kerk te stichten en bijeen te houden van mensen die elkaar en anderen het verhaal vertellen van Jezus als de Levende die leven geeft. Zijn evangelie is niet: mensen angst voor God aanjagen, maar hen doen leven vanuit en in de liefde van God: verlost, menselijk, attent, fier, zelfbewust, elkaar vertrouwend.

Dit evangelie waarmaken krijgen wij in een mensenleven niet klaar. Steeds weer moeten wij zeggen: ‘zonder dat u Hem herkent, staat Hij al in uw midden.’ In deze uitspraak ligt een spanning tussen ‘reeds’ en ‘nog niet’. Tegelijk is ze een uitnodiging om Hem nu te leren kennen. De Advent is een gunstige tijd om de telkens opnieuw afwezige Aanwezige op het spoor te komen. Wat dienen wij daarvoor te doen? In de eerste lezing wijst Jesaja ons de weg van de Messias, in wiens voetspoor
ook wij dienen te gaan: gebroken mensen genezen, vrijlating melden aan opgeslotenen, kortom: gerechtigheid doen. En al doende gerechtigheid zullen wij, zoals Johannes de Doper, `de stem van de bruidegom' vernemen. Wij zullen anderen levensvreugde geven en zelf levensgeluk ondervinden, en deze vreugde zal niemand ons kunnen ontnemen.