De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

HEILIGE FAMILIE IN HET B--JAAR 2008
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008

DE HELE FAMILIE

 

OMA EN KLEINKIND

‘Ik ben de oma!’ Een wat oudere, maar nog niet zo oud ogende dame stak ferm haar hand op. Ze liep voorop de kerk binnen. Achter haar volgde een stoet familieleden. Ze kwamen naar de kerk om een kind te dopen. ‘Ik ben de oma, maar ik heb al de leeftijd om overgrootmoeder te zijn!’ Ze stapt de doopkapel binnen. De kleinkinderen konden het in hun zak steken! ‘In dit doopkleed is mijn dochter nog gedoopt!’, zei ze trots. ‘De oorlog was net uitgebroken. Ik lag thuis nog in bed. Tante Mia bracht haar naar de kerk....’ ‘Stil, oma!’, zei de dochter, ‘de pastoor wil ook wat zeggen.’ Geregeld komen er drie generaties binnen. Soms vier. Ze zijn er trots op. De overgrootmoeder zit dikwijls in een rolstoel. Vaak heeft ze er moeite mee om kleinkinderen en achterkleinkinderen uit elkaar te houden en om alle namen te kennen, maar ze straalt en iedereen is blij met elkaar. Meer dan vier generaties heb ik niet zien komen!

DE HELE FAMILIE

Wie familie zegt, zegt ook opa en overgrootmoeder. Een stamboom mensen heeft ons gemaakt tot wie we zijn. Misschien is de angst voor het onweer ontstaan in de zestiende eeuw toen een voorvader zijn hele boerderij zag afbranden. Misschien is de belangstelling voor muziek te danken aan een verre voorzaat die in Tirol achter een orgel zat. Misschien is onze overtuiging dat er een God bestaat ingegeven door tientallen vaders en moeders die hun kinderen biddend langs de gevaren van het leven loodsten. En ik geval had ik niet bestaan als er een van hen ontbroken had!
Vandaag vieren we de heilige familie, en de teksten vinden het van belang om over ‘familie’ te praten en niet over ‘gezin’. Abraham hunkerde naar nageslacht, keek naar de hemel en zag alle sterren als zijn achter-achterkleinkinderen. En de pasgeboren Jezus ontmoette in de tempel twee oudjes die zijn grootouders hadden kunnen zijn. De heiligheid van de familie reikt van achterkleinkind tot overgrootmoeder.

HERINNERING....

Oma heeft belangrijke verhalen over vroeger. Je zou denken dat het vroeger beter was. Ze vertelt hoe ze ‘s avonds op ‘n keukenstoel buiten zat op de stoep terwijl de kinderen op straat hun spel speelden en hoe er gezongen werd bij de afwas. Ze lacht als ze vertelt hoe ze opa leerde kennen in de wei waar de harmonie speelde onder de bomen en hoe de arme gezinnen in het dorp vlees van onbekende buren kregen toegestopt. Maar als ze verder gaat dan komt ook de angst naar voren. Over haar eigen moeder die op het kraambed stierf. De berichten over Joodse winkels die werden geplunderd. Over schuilkelders en bombardementen. Hoeveel pijn de tandarts deed en dat ze rond haar dertigste blij was met een kunstgebit als een martelwerktuig. Overgrootmoeder vertelt dat ze ‘s zaterdags om half acht uitging en dat ze limonadegazeuse dronk en tot half elf mochten blijven. Maar als ze verder vertelt komen ook de verhalen over de strijd tegen verslaving en over een bierconsumptie die de huidige vele malen overtrof, over kinderarbeid en haar zus die aan tuberculose stierf. Oma’s stem klinkt lieflijk, alsof alles vroeger beter was, maar als je goed luistert hoor je dat het leven heel zwaar was en dat ze onnoemlijk veel haat en geweld heeft ervaren. Je hoort hoe krampachtig er met seksuele gevoelens werd omgegaan; hoeveel angst er was om zonden te doen. Angst voor verdoemenis. De verhalen over vroeger zijn dubbelzinnig. Ze klinken wel mooi maar de inhoud is vaak verschrikkelijk. Oma herinnert zich waarschijnlijk dat ze jong was vroeger en sterk, en dat maakt haar bittere geschiedenis zo zoet.

... EN TOEKOMST

De oudjes op het tempelplein in Jeruzalem zijn door de jaren lief geworden. Ze hebben veel aandacht voor kinderen. Misschien zochten ze wel elke dag hun vertier op het plein om de ouders met hun zoontjes te zien komen om opgedragen en besneden te worden. Simeon en Anna hadden genoeg wreedheid gezien. Genoeg familieleden verloren door bruut geweld en dodelijke ziektes. Nu genieten ze van elke stralende blik van een pasgeborene want die vervult hun hart met hoop.
Terwijl Maria verteerd wordt door zorgen - door zeven smarten zei men vroeger -, verwennen de grootjes het kind. Daarom horen ze bij de heilige familie. Het doet pijn in de oren van de jongere generatie als de ouderen zeggen: laat ons maar doodgaan, wij hebben onze tijd gehad. Maar de oude Simeon zegt het. Er is hoop voor Israël. De zorgen om de wereld zijn enorm groot. Het einde lijkt nabij en ze hebben al zoveel meegemaakt, maar er is een kind geboren. God heeft de moed nog niet opgegeven!

ROODKAPJE

Lieve kinderen. Na het eten was oma even in de luie stoel gaan zitten. De oma-stoel! Het duurde niet lang of ze sliep. Anna stond er aandachtig naar te kijken. Oma snurkte een beetje. Haar bovenlippen bibberden bij het uitademen en er kwamen belletjes uit de mondhoeken. Anna hield van oma. Voorzichtig aaide ze met haar hand over haar arm. Oma schrok. Met een harde snurk deed ze de ogen geschrokken open en schokte overeind. Anne kwam plotseling in het sprookje terecht en zei: ‘Oma, wat heb je grote ogen!’ Oma kneep haar stem dicht zodat er een griezelgeluid uitkwam: ‘Dat is om de staartjes van mijn kleinkind te zien...’ ‘Oma wat heb je grote oren!’ ‘Dat is om de liedjes van Anne te horen!’ ‘Oma, wat heb je een grote neus!’ ‘Die is om Anne...’, oma greep Anne stevig bij haar hoofd en trok haar naar zich toe, ‘die is om Anne te knuffelen!’ Anne schaterde het uit. Toen kwam mamma de kamer binnen. ‘Hè Anne, heb je oma wakker gemaakt? Ik heb je dat nog zo verboden! Je weet toch dat ze haar rust nodig heeft!’ Oma zei: ‘En daar hebben we de boze wolf...’ ze knpoogde naar Anne, ‘met d’r grote mond!’