De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later

OUD- EN NIEUWJAAR 2008-2009
© Harrie Brouwers, Voerendaal 2008

GODS HEERLIJKHEID

 

HET MARIABEELD VAN WIM

Aap, noot, mies... het is lang geleden dat we leerden lezen. Ik herinner me ook de eerste leesboekjes. Ze brachten me in contact met een vreemde wereld. Waarschijnlijk stamden ze nog van voor de oorlog. Ze waren geïllustreerd met beelden van het Hollandse platteland waar wij als Limburgse jeugd wat nerveus van werden. Je zag verre polders, beken waar overheen gesprongen werd, werksters met vreemde hoofddeksels en bezig om met nog gekkere waterpompen ramen nat te spuiten en hooibergen met verschuifbare daken. De kinderen die erin optraden heetten Jan, Mies en Wim. In de katholieke versie van de leesmethode dook af en toe een heeroom uit de missie op. Die bracht ooit voor Wim, als ik me goed herinner, een wonderlijk geschenk mee: het was een Mariabeeld dat ‘s nachts licht gaf. Het beeldje was met lichtgevende verf beschilderd. Ik was er verrukt van. Navraag bij mijn vader bevestigde dat zoiets inderdaad bestond: verf die ‘s nachts het licht uitstraalt dat hij overdag heeft opgevangen. Hij liet me zien dat er op de wekker van zijn nachtkasje ook bij elk cijfer zo’n groenig puntje zat. Ik wilde dolgraag zo’n beeldje hebben. Een beeld dat in het donker stond te schijnen. Op mijn verlanglijstje voor de eerstkomende sinterklaas zette ik dan ook bovenaan: ‘één schijn-heilige-beeldje’. Wat ik kreeg viel tegen: een mat kristallen slanke Maria die op de een houten voet stond met een 15 volts lampje. Het had niet de magie van fluoriderende verf.

GLANS VAN GOD

Overdag licht in je opnemen om het ‘s nachts uit te stralen, dat is toch een wonderlijk vermogen. Kun je zoveel licht in je opnemen dat je er in zware tijden iets aan hebt? De Hebreeën geloofden dat. Ze geloofden dat God zo’n licht was. Iemand die een beetje in de buurt van God kwam moest zijn gelaat bedekken om niet verblind te worden. Mozes bedekte zijn gezicht op de Sinaï met zijn mantel, maar dat verhinderde niet dat het licht diep in hem doordrong. Toen Mozes een tijd later de berg afdaalde en in het dal kwam waar zijn volk wachtte, straalde het licht nog van hem af. Michelangelo beeldhouwde het in steen alsof het horens zijn. Het is de glans van Gods gelaat.

UITSTRALING

Zo’n beeld van een gelaat waar licht uit straalt verzin je niet zomaar. Tegenwoordig noemen ze dat ‘uitstraling’ en daar hoeft je geen fotomodel voor te zijn. Stel: je loopt wat piekerend door de stad; je repeteert het lijstje boodschappen dat je halen wilt en overweegt in welke volgorde je het zult doen. Ineens hoor je een stem. Een kind komt je tegemoet. Het roept je naam met een stralende gezicht. Je wordt er helemaal blij van. Het licht heeft je geraakt...! Of je bezoekt een zieke. Met kloppend hart kom je de kamer binnen. Het buffet is in de hoek gedrukt. Daar, achter de deur staat een hoog bed. In kussens verzonken ligt een zieke met een wit gezicht. Je moet er even aan wennen. Is dat die buurvrouw die je altijd zo vriendelijk voor liet gaan bij de kassa? ‘Kijk eens wie daar is!’, zegt haar man. ‘Laat haar maar slapen’, fluister je vol medeleven. Maar de buurvrouw slaat haar ogen op en ineens komt over de mond een glimlach. Er gebeurt iets onbeschrijflijks met de ogen en ineens straalt heel haar gezicht vreugde uit omdat jij er bent. Haar lach doet jou zijn. Het is Gods glimlach. Het is Gods permissie dat je er mag zijn. De glans van haar gelaat rust op je.

Moge de glans van God op u rusten: dat drukt een religieuze ervaring uit. De ervaring dat je er van God mag zijn. De ervaring dat je geschapen bent. Wat zullen we veel tegenslagen kunnen verduren, wat zullen we veel ondank kunnen accepteren, wat zullen we veel duisternis overleven, als we dit licht kunnen bewaren, dit vertrouwen dat God ons liefheeft. Dan zullen we licht stralen in de nacht. Dan worden we allemaal schijn-heiligen!

OPA'S TRUCJE

Lieve kinderen. Lex had zin in nog een wafeltje. Hij ging tegen mamma aanleunen en zeurde fluisterend: ‘Mag ik er nog eentje?’ Mamma duwde hem van haar schoot. ‘Die wafeltjes zijn niet van mij, dat moet je aan oma zelf vragen.’ Ze zei het zo hard dat Lex niet anders meer kon. ‘Oma-ha..?’ ‘Ja?’ ‘Oma, mag ik nog een wafeltje?’ Hij zette er zijn zieligste gezicht bij op; mondhoeken naar beneden, ogen omhoog, kin omlaag. ‘Ik heb zo’n honger...!’ Maar oma was een beetje streng. ‘Je hebt er al twee gehad. Dalijk heb je buikpijn en dan krijg ik de schuld. ‘Heus niet!’, pruilde Lex. Toen bemoeide opa zich ermee. Met een vette knipoog lokte hij Lex mee naar de keuken. ‘Lex, jongen, weet je wat jij nog moet leren? Je moet nog leren hoe je iets van de vrouwtjes gedaan krijgt. Weet je, met pruilen en zielig kijken, daar kom je niet ver mee. Je moet lachen. Je moet een brede smile laten zien. Dan krijg je alles gedaan. Probeer het maar eens.’
In de weken die volgden probeerde Lex de nieuwe truc uit. Als hij te laat in de klas kwam zette hij geen pijnlijk gezicht met een moeilijk verhaal over kapotte wekkers en gladde straten, maar gewoon een brede lach: ‘Oei juf, sorry!’ ‘Ga maar gauw zitten!’ Het hielp! En bij de slager: ‘Lekkere worst hebt u daar’ Brede glimlach! ‘Oei, die smaakt naar meer!’ Lex keek stralend de hele winkel rond en iedereen begon te lachen. De zondag daarop kwam de kroon op zijn werk. ‘Opa’, zei hij met de grootste lach die hij in huis had, ‘ik ga even achter je super-computer?’ En jawel. Opa trapte er zelf in. ‘Toe maar, laat het oma niet merken!’ Als je lacht naar de mensen, dan krijg je een lach terug. Probeer het maar eens. Zalig nieuwjaar!